Wat is een shanty?

Een shanty is een zeemanswerklied uit de tijd van de zeilvaart. Het werd gezongen ter coördinatie van gezamenlijk te verrichten, ritmisch verlopende, lichamelijke arbeid zoals de bediening van de tuigage, het hijsen van de zeilen, alsmede bij het zware trek-, duw- en tilwerk, zoals het anker halen, pompen en ballast of vracht laden en lossen aan boord van de grote zeilschepen, die in het verleden de wereldzeeën bevoeren. De Shanty werd afwisselend gezongen door de voorzanger (Shantyman), die de teksten vaak zelf en ter plekke bedacht en de bemanning. Voor de diverse werkzaamheden waren er verschillende shanties. We onderscheiden de short drag, long haul, halyard en de windlass of capstan shanty.

De Shantyman was in de regel een goede en wat meer geletterde zanger, die een voorkeurspositie genoot boven de rest van de matrozen. Bovendien was hij natuurlijk zeer bevaren. Hij kon uiterst populair worden aan boord als hij erin slaagde bekende teksten aan te passen aan de actuele situatie aan boord of aan de aard en de nukken van de schipper. Hoe geestiger of brutaler, hoe meer het door zijn companen werd gewaardeerd. Een aardig voorbeeld van een Shanty is het alom bekende lied van de dronken zeeman, een zgn. Stamp and go Shanty. Het lied werd gezongen bij het binnnenhalen van een lange zware tros, waarbij de zeelui, met beide handen aan de tros, stap voor stap achteruit liepen en de stap (Go) werd aangegeven door voetgestamp (Stamp) op het dek.

Voor de verschillende werkzaamheden aan boord waren er ook verschillende types shanties, die naar de aard van het werk waarvoor ze gebruikt werden, werden onderscheiden als Halyard-, short drag-, capstan- en pumping shanties.

Hauling shanty

De hauling shanty is grofweg in twee groepen te verdelen, de long haul shanty en de short drag shanty. Dit hoefden niet persé verschillende liederen te zijn. Door een kleine aanpassing van het ritme konden de meeste van deze liederen voor beide soorten arbeid worden gebruikt.

Long haul shanty

De long haul of halyard shanties waren voor het werk aan de vallen zoals het hijsen en reven van de topzeilen, het binnenhalen van de trossen. Een shanty van dit type herkent men aan de beurtzang tussen de shantyman en de matrozen. Deze shanties hebben meestal een vierregelig couplet in de vorm van een soort vraag en antwoord patroon, waarbij door de shantyman de eerste regel werd gezongen, de bemanning antwoorde met de tweede regel, waarna de shantyman de derde regel zong, die dan weer werd beantwoord door de mensen aan de touwen. Het refrein, dat ook vierregelig was, werd door allen gezongen.
Een voorbeeld van de halyard shanty is Blow the man down. Er werd dan getrokken op Way hey Blow the man down.

Short drag shanty

De short drag shanty werd gebruikt bij kortdurende werkzaamheden die veel kracht vereisten. Hierbij was tussen de bewegingen wat meer tijd nodig om weer kracht te verzamelen voor de volgende "pull" zoals bij het veranderen van richting van de zeilen met behulp van de lijnen, die brassen werden genoemd. Het trekken aan de lijn viel dan op het laatste woord van de regel, zoals in Way, haul away, haul away Joe.
Voorbeelden van short drag shanties zijn Boney, Haul on the Bowline, en Haul Away Joe.

Capstan shanty

De capstan- of windlass shanty werd gebruikt om het anker op te halen of de stengen te zetten. Dit werk werd gedaan met behulp van de kaapstander of gangspil. De mannen moesten dan als in een soort van tredmolen de kaapstander rond draaien, waarbij het vaste ritme van de capstan shanty het werk moest verlichten. Deze shanties waren gelijkmatiger van vorm omdat er niet op vaste momenten getrokken behoefde te worden.
Een voorbeeld van een capstan shanty is Rolling home.

Het is overigens weinig zinvol om de gezongen shanty liederen in een van bovenstaande categorieën in te delen omdat ze vaak met een kleine aanpassing van het ritme voor verschillende werkzaamheden gebruikt werden.

Forebitter

Eigenlijk zijn dit geen shanties. De Seasong (het zeemanslied), meestal Forebitter genoemd, is het lied dat de zeelieden ter ontspanning in hun vrije tijd zongen. De Forebitter dankt zijn naam aan de z.g. fore-bitts: een stel bolders op het dek, gebruikt voor het vastmaken van de tros, waar om heen zich de mannen schaarden bij het zingen en spelen. De Forebitter was, meer dan de Shanty, een verhalend, vaak wat melancholiek lied, waarin het ging over afscheid van thuis, het ruige zeemansleven, het passagieren in vreemde havens en de heimwee naar de geliefden in het vaderland.

In tegenstelling tot de Shanties, die zonder begeleiding werden gezongen, werd de forebitter vaak begeleid door een trekharmonica, viool, banjo of wat maar voorhanden was. Shanties en Forebitters zijn soms moeilijk te verstaan, omdat ze vaak in plat Engels (slang) werden gezongen, of in het "pidgin-English" (steenkolen-engels), een mengelmoesje van Engels en de locale taal van het gebied waarmee handel werd gedreven.
Een voorbeeld van zo'n lied in steenkoolengels is Mein father was ein Dutchman.

Zeemansliedjes

Tenslotte zijn er nog de zeemansliedjes. Dit zijn liedjes, geschreven voor en door "landrotten", zoals Ketelbinkie, Als de klok van Arnemuiden, Hoor je het ruisen der golven, Op de woelige baren, Op een zeemansgraf staan nooit geen rode rozen e.d.